Week 48 Bullenkamp

In het buitengebied van Wijchen ligt midden tussen vele andere gebieden dit mooie stuk natuur. Het bestaat uit een bos met een klein stuk heide. Die heide hebben we natuurlijk niet veel in het Land van Maas en Waal, dus kan je hier dieren spotten die we in andere gebieden niet snel tegen zullen komen. De levendbarende hagedis bijvoorbeeld. In de afgelopen jaren zijn er een aantal op deze heide gevonden. Het zijn bijzondere diertjes, want het is de enige hagedis in Nederland die niet alleen eileggend is, maar ook levendbarend. Ja, je leest het goed. Dit kan doordat de eitjes bestaan uit een dun vlies. De baby’s ontwikkelen zich voor een paar maanden in dit vlies in de buik van de moeder, waarna ze soms al uit het vlies zijn gekomen nog voor ze geboren zijn en soms een zeer korte tijd na de geboorte uit het vlies kruipen. Zelf heb ik ze nog niet kunnen vinden. Het schijnen behoorlijk schuwe en snelle dieren te zijn. Maar misschien heb jij wel meer geluk!

Een andere dier wat in dit gebied voortplant is de ribbelboktor. Dit is een 1 tot 2 cm grote keversoort die je kan aantreffen op schermbloemen rond het bos of in het bos zelf op de schors van bomen. Ze leven van april tot november, dus ondertussen zijn ze niet meer te vinden. Wel kan je sporen uit hun levenscyclus terug vinden. Ga maar eens opzoek naar dode grove dennen. Eentje waarvan de schors al is afgevallen. Bij een aantal van deze dode dennen kan je op de stam eivormige nestjes vinden. Dit zijn poppenwiegjes. Deze zijn door de larve van een ribbelboktor gemaakt in de tijd dat de boom nog bedekt was met een dikke schors laag. Twee jaar nadat ze als eitje onder het schors zijn gelegd maken ze een poppenwiegje en begint de transformatie naar kever. Ook als ze al de gedaante van een kever hebben blijven ze nog in dit nestje tot de winter voorbij is. Als dan na een tijdje de schors van de boom af begint te vallen, kunnen wij precies zien waar zo’n kever(larve) zolang heeft geleefd.

Deze larven leven dus lange tijd onder schors. Dit maakt ze redelijk kwetsbaar voor vogels zoals de specht en boomklevers. En laten dat nou precies de vogels zijn die hier in groten getale aanwezig zijn. De grote bonte specht is vrijwel altijd ergens in dit gebied te vinden terwijl hij langs stammen klimt en al roffelend zijn territorium afbakent of insecten uit hun schuilplaatsen jaagt. Ook de zwarte specht leeft hier. Deze is misschien moeilijker te vinden, maar zijn geluid is niet te missen. Beluister maar eens het filmpje wat ik heb opgenomen. Hierin hoor je als eerste zijn zang, wat een soort korte uitroepen met wat tijd er tussen lijkt te zijn. Daarna klinkt zijn roep, wat meestal meerdere snel achter elkaar klinkende geluiden zijn die een beetje klinken als prrrt. Hij heeft nog meer geluiden, maar dit zijn toch wel de twee meest gehoorde.

Even terug nog naar die dode bomen, want er leeft nog meer op de dode bomen van dit gebied. Zo kwam ik heksenboter tegen. Dit is een slijmzwam, die allerlei vormen kan hebben, maar diegene die ik hier vond was een soort bol. Hij was knal geel en de structuur had wel wat weg van een spons. Deze zwam heeft een zeer bijzondere eigenschap; hij kan zich verplaatsen! Dit verplaatsen gaat erg langzaam, waardoor het niet snel opvalt. Toch kan je het wel degelijk zien. Als je er een hebt gevonden kan je de volgende dag weer eens gaan kijken. Grote kans dat hij zich dan heeft verplaatst of van vorm is veranderd. Heb je die tijd nou niet? Dan kan je ook zijn spoor zien, want hij laat tijdens het verplaatsen een slijmerig spoor achter. Hij kan zich overigens niet alleen verplaatsen, maar nog interessanter, hij kan de snelste weg vinden naar voedsel. En dat terwijl heksenboter niet meer dan een ééncellig organisme is, dus zonder hersencellen of spiercellen. Hoe kan hij dit eten dan wel vinden? Door receptoren. Dit zijn bepaalde eiwitten die in de celkern zitten en chemische signalen uit de omgeving kunnen oppikken. Hierdoor weten ze welke richting ze op moeten voor het eten. Fascinerend, toch?!

In dit gebied leven trouwens ook grotere dieren. Er zijn sporen van reeën en een das te vinden en ook eekhoorns voelen zich hier thuis. Net als een grote kolonie reigers die elk jaar weer nestelen in een niet bereikbaar deel van het gebied, maar wel goed te horen en zelfs te zien zijn vanaf de Zandbergseweg. Een mooi gebiedje dus om eens te gaan verkennen.

 

Goed om te weten:

 

Zelfs nu is er nog een enkel bloemetje van de heide te vinden.

Heide bedekt met spinnenrag en dauw.

Meerdere poppenwiegjes van een ribbelboktor.

Een al kapotte poppenwieg.

De grote bonte specht.

Een eekhoorn.

Het is misschien wat lastig om te zien, maar hier kan je een afdruk van een ree zien en meerdere afdrukken van een das.

Heksenboter

In de zomer is het een prachtig groen bos om doorheen te wandelen.

Enorme dennenappels. Je kan hier volgens mij maar beter niet onder wandelen als het hard waait.

Ook sigaarzakdragers zijn hier op de stammen van bomen te vinden.

De najaarsspanner.

Ondanks de kou kwamen in de loop van de ochtend een aantal libellen nog uit hun schuilplaats om in het warme zonnetje op te warmen.

Klein springzaad.

Sommige grove dennen hebben een adembenemende stam. Het lijken haast schubben!

Natuurlijk heb je hier ook paddenstoelen. Deze groeide uit een dennenappel.

Een mycena.

Het geluid van de zwarte specht kan je hier beluisteren.

De omtrek van het gebied.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.